
Walschap
Gerard Walschap (Londerzeel 1898-Antwerpen 1989) was en is nog steeds een van de meest prominente Vlaamse auteurs van de 20ste eeuw. Meer dan vijftig jaar lang volgde hij de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen in België, Nederland en de rest van Europa en mengde hij zich in de debatten en polemieken. Hij reageerde heftig tegen het Vlaamse folklorisme, het regionalisme en het literatureluren. Zijn protest tegen de overmacht van het klerikalisme in de cultuur, zijn voortdurende strijd voor geestelijke vrijheid, zijn pleidooi voor tolerantie en kritiek op bepaalde tendenties in de westerse beschaving, behoren tot zijn belangrijke blijvende verdiensten. Gerard Walschap heeft in het Nederlandse proza een eigen stijl geschapen, die door directe zakelijkheid, een soms overrompelend ritme, laconieke plasticiteit, syntactische vrijheden en pittig gebruik van de Brabantse volkstaal een grote kracht bezit.
Hij wordt beschouwd als de belangrijkste vernieuwer van de romanvorm in de jaren dertig.
Gerard Walschap werd geboren als tweede in een middenstandsgezin van negen kinderen. Zijn vader was herbergier van een café dat nog steeds onder de Londerzeelse kerktoren wordt opengehouden. Hij begon aan een priesterstudie. In 1921, vlak voor zijn eerste priesterwijding, stopte hij met deze opleiding omdat hij zich niet met het celibaat kon verzoenen. Na deze periode begon een vruchtbare carrière als fulltime schrijver. Zo maakte hij ondermeer vanaf 1933 deel uit van de Vlaamse redactie van Forum tot aan de opheffing ervan in 1935. Met Adelaïde (1929), de eerste van een reeks opmerkelijke psychologische romans, waarmee hij dit genre in het Nederlandse taalgebied vernieuwde, maakte hij furore. De eerste cyclus van deze romans, De familie Roothooft , werd door de katholieke clerus en leken vijandig onthaald, wat bij de schrijver een gekwetste vervreemding tegenover de kerk teweegbracht, die na jaren van eenzame twijfel zou leiden tot volstrekte vrijzinnigheid.
luister hier naar de stem van Walschap
