Vanderhoydonks Mattias
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
Voor de benedictijner wijsgeer Anselmus (1033-1109), aartsbisschop van Canterbury, kwam het geloof altijd op de eerste plaats. Eerst en vooral het geloof, vervolgens doen we ons best om dat enigermate te begrijpen was zijn stelling. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan een opmerkelijk en heel curieus godsbewijs, met een zeer ingewikkelde en moeilijk te doorgronden argumentatie. Hij deed hiermee een vermaarde paoging om het bestaan van God aan te tonen enkel en alleen op basis van ‘een godsdefinitie’ of van ‘een godsbegrip’, zonder uit te gaan van de waarneembare werkelijkheid, en zonder het geloof als uitgangspunt te moeten nemen.
Over zijn bewijsvoering werd in de loop der eeuwen en tot op heden hartstochtelijk gefilosofeerd. Door sommigen werd die bewijsvoering de hemel in geprezen, recentelijk nog door de Nederlander Willem Herman Stenfert Kroese, die daarbij sprak over een “dazzling darkness” (een schitterende duisternis). Anderen hebben echter het betoog van Anselmus als waardeloos bestempeld en van tafel geveegd, waaronder niemand minder dan de beroemde theoloog-filosoof Thomas van Aquino, terwijl Immanuel Kant de bewijzen van Descartes en Leibniz grondig bekritiseerd en van tafel geveegd heeft maar, in strijd met wat doorgaans aangenomen wordt, het ‘volstrekt andersoortig bewijs’ van Anselmus (‘met een volstrekt andere inhoud en een volstrekt andere structuur’) nooit blijkt gezien nog gelezen te hebben. Ook Mattias Vanderhoydonks heeft meerdere boeken aan de theorie van Anselmus gewijd. In zijn nieuw boek overtreft de auteur zichzelf. Beperkte hij zich in vorige uitgaven nog tot een grondige analyse en weerlegging van de godsbewijzen en van het elfde-eeuwse raadsel van Anselmus, in dit boek wijst hij op een “fatale taalkundige valstrik” in het werk van de filosoof. Wordt hiermee een belangrijk hoofdstuk afgesloten?
Belangrijke bijval voor zijn stelling kreeg de auteur van niemand minder dan de toonaangevende filosoof Jaap Kruithof (Rijksuniversiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen) en filosoof Hubert Dethier (Vrije Universiteit Brussel en Universiteit van Amsterdam), die het boeiende voorwoord van dit boek schreef.
Vanderhoydonks’ uiteenzetting, die een voorbeeld is van logisch denken, wordt in deze editie, behalve in acht Europese talen, in het Turks, Russisch, Arabisch en Chinees gepubliceerd.
Met zijn boeken richt de auteur zich tot lezers die aan de ene kant geïnteresseerd zijn in wat men sinds Kant onder “ontologische godsbewijzen” verstaat en aan de andere kant in de problemen die zich voordoen op het terrein van logisch denken, in het bijzonder in het overlappende gebied tussen wijsbegeerte en taal.
Jaap Kruithof: ‘Dit boek is een voorbeeld van een grondige analyse.
De auteur is zeer competent te werk gegaan: steeds helder, bedachtzaam en genuanceerd.’
Vanderhoydonks Mattias
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
Voor de benedictijner wijsgeer Anselmus (1033-1109), aartsbisschop van Canterbury, kwam het geloof altijd op de eerste plaats. Eerst en vooral het geloof, vervolgens doen we ons best om dat enigermate te begrijpen was zijn stelling. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan een opmerkelijk en heel curieus godsbewijs, met een zeer ingewikkelde en moeilijk te doorgronden argumentatie. Hij deed hiermee een vermaarde poging om het bestaan van God aan te tonen enkel en alleen op basis van ‘een godsdefinitie’ of van ‘een godsbegrip’, zonder uit te gaan van de waarneembare werkelijkheid, en zonder het geloof als uitgangspunt te moeten nemen.
Over zijn bewijsvoering werd in de loop der eeuwen en tot op heden hartstochtelijk gefilosofeerd. Door sommigen werd die bewijsvoering de hemel in geprezen, recentelijk nog door de Nederlander Willem Herman Stenfert Kroese, die daarbij sprak over een “dazzling darkness” (een schitterende duisternis). Anderen hebben echter het betoog van Anselmus als waardeloos bestempeld en van tafel geveegd, waaronder niemand minder dan de beroemde theoloog-filosoof Thomas van Aquino, terwijl Immanuel Kant de bewijzen van Descartes en Leibniz grondig bekritiseerd en van tafel geveegd heeft maar, in strijd met wat doorgaans aangenomen wordt, het ‘volstrekt andersoortig bewijs’ van Anselmus (‘met een volstrekt andere inhoud en een volstrekt andere structuur’) nooit blijkt gezien nog gelezen te hebben. Ook Mattias Vanderhoydonks heeft meerdere boeken aan de theorie van Anselmus gewijd. In zijn nieuw boek overtreft de auteur zichzelf. Beperkte hij zich in vorige uitgaven nog tot een grondige analyse en weerlegging van de godsbewijzen en van het elfde-eeuwse raadsel van Anselmus, in dit boek wijst hij op een “fatale taalkundige valstrik” in het werk van de filosoof. Wordt hiermee een belangrijk hoofdstuk afgesloten?
Belangrijke bijval voor zijn stelling kreeg de auteur van niemand minder dan de toonaangevende filosoof Jaap Kruithof (Rijksuniversiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen) en filosoof Hubert Dethier (Vrije Universiteit Brussel en Universiteit van Amsterdam), die het boeiende voorwoord van dit boek schreef.
Vanderhoydonks’ uiteenzetting, die een voorbeeld is van logisch denken, wordt in deze editie, behalve in acht Europese talen, in het Turks, Russisch, Arabisch en Chinees gepubliceerd.
Met zijn boeken richt de auteur zich tot lezers die aan de ene kant geïnteresseerd zijn in wat men sinds Kant onder “ontologische godsbewijzen” verstaat en aan de andere kant in de problemen die zich voordoen op het terrein van logisch denken, in het bijzonder in het overlappende gebied tussen wijsbegeerte en taal.
Jaap Kruithof: ‘Dit boek is een voorbeeld van een grondige analyse.
De auteur is zeer competent te werk gegaan: steeds helder, bedachtzaam en genuanceerd.’
De Man Jos
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
Jos de Man roept in dit boek herinneringen op aan zijn vroege kinderjaren tot aan het begin van zijn volwassenheid. Als zoon van een banketbakker in zijn geboortestad Roeselare, woonde hij lange tijd bij zijn overgrootoom Alois die een ingrijpende rol in zijn jeugd heeft gespeeld. Wordt in deze autobiografie echter het ‘echte’ leven van de jonge Jos en van het vooroorlogse Vlaanderen opgeroepen?
Slaagt Jos de Man in dit boek erin de evolutie van kind naar volwassene te openbaren en te verklaren? Is dit een speurtocht naar zijn diepere drijfveren, grillen, angsten en schaamte? Zoekt hij de waarheid in zijn lever en zijn nieren, in zijn hersenschors? In conversaties en geschriften presenteren we een beeld van onszelf zoals we nu (denken) onszelf te zien.
Uit het verleden destilleren we een succesverhaal. Hoe oneerlijk is dat? Niet in de mate dat het geheugen de informatie al heeft gezeefd. Het fungeert als een advocaat die de argumenten ten gunste van zijn cliënt aandikt. Op die manier gaat het geheugen ook om met het heden. De informatie uit het verleden wordt in de actuele beleving geplaatst, en aangepast aan de verlangens en behoeften die op dat moment spelen, en die dan ook in dit boek uitgebreid aan bod komen. Het geheugen schrijft teksten niet letterlijk over, maar is een redacteur, die verhalen in een andere vorm giet, en die niet terugdeinst voor halve waarheden, verdraaiingen en verfraaiingen, excuses en uitvluchten, rationaliseringen achteraf en zelfs klinkklare verzinsels.
Feiten en fictie versmelten met elkaar zoals de eicel met de zaadcel tijdens de bevruchting.
De Bremaeker Jos
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
In het najaar van 1990 werd in Irak een groot aantal buitenlanders gegijzeld, waaronder ongeveer dertig Belgen, om ingezet te worden als levend verdedigingsschild tijdens Amerikaanse bombardementen. Een delegatie van zeven Belgische parlementsleden van verschillende politieke partijen werd naar Irak gestuurd om een oplossing voor dit probleem te vinden.
Jos de Bremaeker, destijds senator voor de Socialistische Partij, maakte deel uit van deze delegatie. In dit boek geeft hij een waarheidsgetrouw verslag van deze missie, die plaatsvond van 21 november tot 2 december 1990, en waarover tot nu toe nog niets is gepubliceerd. De Bremaeker laat zien hoe de delegatie tot stand kwam en beschrijft onder meer de intriges binnen de politieke partijen en de capriolen van de Belgische regering die onder druk van de Amerikanen geen openlijke steun mocht betuigen aan de delegatie. In Irak zelf hadden de delegatieleden het niet makkelijk. Zij moesten bijna dagelijks Iraakse ministers en obscure parlementsleden ontmoeten en waren verplicht een aantal beginselverklaringen te ondertekenen met het Iraakse parlement en met vertegenwoordigers van de Baathpartij. Toch slaagden zij waar sommige andere landen faalden. Ze wisten de Iraakse regering voor zich te winnen en konden uiteindelijk naar België terugkeren in gezelschap van alle gijzelaars.
Gegijzeld in Irak probeert een waarheidsgetrouw document te zijn. Behalve fotomateriaal bevat het een bibliografie en de beginselverklaringen die door de Belgische delegatie met de Iraakse regering en leiders van de Baathpartij werden ondertekend. Het boek biedt een unieke kijk achter de schermen van soortgelijke delegaties waarover tot nu toe weinig publicaties verschenen zijn.
Osstyn Karel
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
Mike Stokman, fervent autoliefhebber en eigenaar van een Alfa Romeo, raakt na een verkeersongeluk verslingerd aan een vervangende auto, een bescheiden Honda Jazz. Hoe ingrijpend deze gebeurtenis voor hem ook mag zijn, de perikelen die hij ondervindt met niet-verzekerde tegenpartijen, zijn uiteengevallen gezin, zijn minnares en een bloedhete zomer in de Brusselse rand zetten zijn leven nog veel drastischer op zijn kop.
Iedereen probeert op zijn eigen manier met de chaos om te gaan. Wat alle mensen alvast met elkaar gemeen hebben, is een gigantische mentale map met een verzameling van gedachteflitsen, dagdromen en herinneringen die ze cultiveren en die voortdurend in de weer zijn om het interne geraas in ons hoofd tot rust te brengen. Daar horen ook de bijzonder technische hoofdstukjes thuis, die Mike Stokman bijhoudt over zijn Jazz. Deze ‘knipsels’ helpen hem om zijn dolgedraaide hersens te focussen bij de afwikkeling van zijn verkeersongeval.
Dat neemt niet weg dat het Honda Jazz Knipselboek onherroepelijk op een noodlottige ontknoping afstevent. Mike Stokmans belevenissen lezen dan ook als een zeer onderhoudend suspenseverhaal.
In Honda Jazz pleit Karel Osstyn voor een betere balans tussen geest en materie. In een tijdperk waarin de auto ter discussie gesteld wordt, is het Honda Jazz Knipselboek veel meer dan een pleidooi voor privévervoer. Je zou het een blog kunnen noemen van een bevoorrecht automobilist, die in tijden van dreigende olieschaarste, gebrek aan ruimte en toenemende vervuiling het belang van downsizing leert te waarderen.
Snyers Jan
NU verkrijgbaar in de boekhandel
Op 12 april 2006 wordt Vlaanderen opgeschrikt door de zogenaamde “mp3-moord” op Joe van Holsbeeck, aan wie de schrijver dit boek opdraagt.
Na deze roofmoord slaan bij de zeventienjarige Olaf ‘Ozzy’ Oosterbosch uit Diest de stoppen door. Hij vreest dat hij wel eens het volgende slachtoffer zou kunnen worden van een dergelijk zinloos geweld, door zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te bevinden. Hij besluit niet meer zonder wapen de straat op te gaan en schaft zich een knipmes aan.‘Zonder ga ik de straat niet meer op. Ik ben niet gek!’Wanneer pa Oosterbosch hier achter komt, stuurt hij zijn zoon onmiddellijk naar psychiater Paul Vandam.Via hem belandt Ozzy in de schrijverscursus van juf Betty waar hij allerlei vreemde snuiters ontmoet.
Maar zal dit alles genoeg zijn om het noodlot af te wenden…
Dit hilarische en opmerkelijke romandebuut staat bol van de absurde humor. Ozzy! Zinloze geweldenaren en gele bikini’s is zowel een knipoog als een kaakslag, maar wil vooral een pleidooi zijn voor liefde en verdraagzaamheid
.
Dumoulin Jean Pierre
Vanaf half oktober verkrijgbaar in de boekhandel
Jean Pierre Dumoulin, ooit een succesvolle een uitermate intelligente advocaat, werd wegens misbruik van vertrouwen, schending van geheimhouding en valsheid in geschrifte gedwongen de balie te verlaten. Hij werkte dan vervolgens kortstondig als administratief medewerker bij een verzekeringsmakelaar, bij een antiekhandelaar, als nachtportier in een hotel en later als verkoper bij een incassobureau. Aanvallen van razernij en roekeloos gedrag ten gevolge van drankmisbruik begonnen zijn gezin echter steeds vaker te teisteren. Alcoholisme en escapisme werden een rode draad in zijn leven en zouden ook het leven van zijn vrouw jarenlang beheersen.
Voor zijn alcoholverslaving werd Jean Pierre Dumoulin herhaaldelijk opgenomen in klinieken en onderging hij de geijkte ontwenningskuren. Een exacte diagnose van zijn destructieve gedrag en zijn neiging om onaangekondigd de benen te nemen waarbij hij geregeld in de zelfkant van de maatschappij belandde, werd pas later en eigenlijk veel te laat gesteld. Uiteindelijk werd duidelijk dat hij naast alcoholisme ook aan een manisch-depressieve stoornis leed.
Periodes van schijnbaar normaal gezinsleven en relatief succes werden afgewisseld met onophoudelijk alcoholmisbruik, geldverkwisting en nieuwe schulden, geweld en manisch vluchtgedrag, seksuele ontsporing en prostitutiebezoek. Hij werd directeur van een groot incassobureau in Brussel, maar ging voor die firma als crisismanager in Parijs wonen waar zijn drankgebruik een nieuw dieptepunt bereikte. Na een opnieuw vergeefse ontwenningskuur in een gespecialiseerde inrichting richtte hij zijn eigen incassobureau op waarvan hij anderhalf jaar later zijn aandelen verkocht om zonder enig teken van leven naar Spanje te vertrekken, zijn vrouw en vier kinderen in België achterlatend. Hij verspilde er een klein fortuin en schreef er zijn eerste roman Café la Lune, een geromantiseerde autobiografie vol leugens en onwaarheden, die gunstige kritieken kreeg.
In zijn nieuwe boek Scharrelhaan biecht Dumoulin nu voor het eerst onverbloemd de rauwe waarheid op over de kwelling van de bipolaire stoornis en de drankverslaving, en de onmacht en onkunde van de psychiatrie. Ook schetst hij treffend zijn collega’s- medeverslaafden en hun therapeuten en het troosteloze leven in ontwenningsklinieken.
De ondertitel Biecht moet dan ook niet lichtzinnig worden opgevat.
De auteur heeft bovendien door het hele boek dagboeknotities en overpeinzingen van zijn vrouw en dichteres Patricia Lasoen geweven, en fragmenten uit haar ongepubliceerde roman De Silbermannaalden, getuigenissen die een schrijnend beeld oproepen van haar leven met een totaal losgeslagen man.
